Concert ‘Long live fair Oriana’ met Engelse madrigalen 11 maart 2016

Featured

Nieuwe datum!      vrijdag 11 maart 2016 om 20:15 uur

plaats: Delft, Oud Katholieke Kerk, Bagijnhof 21,

Concert 11 maart 2016 Oriana -Elizabeth

Het thema van ons concert is afkomstig uit een serie van 25 madrigalen die ter ere van Koningin Elizabeth I  werden gecomponeerd door verschillende componisten en die werden samengesteld door Thomas Morley in 1601. Morley componeerde er zelf ook enkele. We zingen vijf madrigalen uit deze serie plus nog 12 anderen. Elk lied eindigt met ongeveer hetzelfde refrein:

“Then sang the Shepherds and Nymphs of Diana:
Long live fair Oriana!”

Oriana was de bijnaam van de koningin. Het compliment is duidelijk. Elizabeth wordt gelijk gesteld aan Oriana, de heldin van de ridderroman ‘Amadis de Gaul (Gallië)’. Het past ook in het beeld dat de nymfen van Diana, godin van de kuisheid, Elizabeth, de virgin queen, zouden dienen. De geïdealiseerde, herderlijke enscenering stelt Elizabeth voor als de eeuwig mooie koningin heersend over Arcadië, de terechte, vereerde heerseres van een idyllisch land. Ook interessant is dat Morley een concreet Italiaans voorbeeld voor ogen had dat hij wilde evenaren dan wel wilde overtreffen. Het betreft een madrigalenbundel uitgegeven in Venetië in 1592. Het was opgedragen ter ere van de bruid voor de bruiloft van Leonardo Sanudo. Het heette ‘Il Trionfo di Dori’. Het betrof 29 madrigalen geschreven door 29 componisten. Ze eindigden alle op ‘Viva la bella Dori’. Een ‘triumph’ van Morley ‘Hard by a crystal fountain’ is een vrijwel letterlijke vertaling van een tekst van Giovanni Groce.

Programma

robyn, gentyl robyn,                                      i        William Cornyshe (1465-1523)
All Creatures Now                                        a5     John Bennett (c. 1575 – na 1614)
Come, Gentle Swains                                  a5     Michael Cavendish (c. 1575-na 1614)
As Vesta was from Latmos                         a6     Thomas Weelkes (c. 1575-1623)
Hard by a crystal fountain                           a6     Thomas Morley (1558-1603)
The Leaves Bee Greene                               i        William Inglott (1554-1621)
Music Divine                                                a5     Thomas Tomkins (1572-1656)
Too Much I Once Lamented                        a5     Thomas Tomkins
Draw On, Sweet Night                                 a5     Thomas Tomkins
O Metaphysical Tobacco                            a5     Michael East (c. 1580-c. 1647)
The Silver Swan                                          a5     Orlando Gibbons        (1583-1625)
Fyer, Fyer!                                                   a5     Thomas Morley
Browning                                                       i        Elway Bevin (ca. 1554-1638)
Say, Gentle Nymphs                                   a4     Thomas Morley
Weep, O Mine Eyes                                    a4     John Bennett
Can She Excuse                                         a4     John Dowland (c. 1562-1626)
Come Again                                                 a4     John Dowland
Dances                                                           i        Anthony Holborne (c. 1545-1602)
Pavan V The Cradle
Galliard XXXX
Almain LX The Honie-suckle
Galliard LXV Heigh ho holiday
Though Amaryllis daunce in Greene          a6     William Byrd (1543-1623)

 

Concert ”De tranen van Claudio” – Zaterdag 18 april 20:00 in de Oud Katholieke Kerk, Delft

Featured

Zaterdag 18 april 20:00 – Oud Katholieke Kerk, Bagijnhof 21, Delft

De tranen van Monteverdi

Het Delftse koor Messa di Voce brengt een programma met madrigalen van Monteverdi over liefde en verdriet, maar ook een loflied op de zingende nachtegaal als parabel. De Italiaanse teksten worden deels a capella gezongen en deels door klavecimbelspel van Renske Ligtmans begeleid. Het koor staat onder de bezielende leiding van Oude Muziek specialist en klavecinist Karel Smagge.

Van harte welkom op dit lenteconcert in een van de mooiste kerken van Delft aan het Bagijnhof op zaterdag 18 april (toegang €8/€6 inclusief programmaboekje en consumptie)

Toelichting op het programma:

De eminente organist en componist Girolamo Frescobaldi (1583-1643), organist van de Sint Pieter te Rome schreef in het voorwoord van een editie met toccata’s dat die gespeeld moesten worden zoals men toen madrigalen zong, dan weer langzaam, dan weer snel, naarmate de tekst en/of de muziek daartoe aanleiding gaf. Vrije expressie dus, weliswaar precies genoteerd, maar tempo en uitvoering hingen af van het vernuft en begrip van de uitvoerder(s). Zijn tijdgenoot Claudio Monteverdi (1567-1643) had net zo goed kunnen schrijven dat zijn madrigalen moesten worden uitgevoerd zoals men toen toccata’s speelde. En toch was die algemene manier van uitvoeren voor die tijd modern, net als de manier van componeren, met onvoorbereide dissonanten en lastige intervallen zoals o.a. de verminderde kwint, die diabolo in musica werd genoemd.

Zijn vroege madrigalen waren in eerste instantie bedoeld om aan het hof van Mantua door professionele zangers te worden uitgevoerd. Het feit dat ze ook werden uitgegeven betekent dat amateurzangers zich ook bezig hielden met het zingen van madrigalen. De latere boeken met echte solomadrigalen zijn echter zo lastig qua zangtechniek dat die niet door ons zullen worden uitgevoerd. Dat wil niet zeggen dat de meer reguliere en vroegere vijfstemmige madrigalen heel eenvoudig zijn voor de uitvoerders. Er zijn nog genoeg problemen op het gebied van balans, expressie en intonatie over. Daarbij verwijs ik naar de bovenstaande opmerking van Frescobaldi. Het moge duidelijk zijn dat Monteverdi hier een aanzet gaf aan het componeren in
de stilo moderno, de toen moderne stijl, waarvoor hij van de kant van de muziektheoreticus Artusi ernstige kritiek te verduren kreeg. Monteverdi had echter die moderne stijl nodig om zijn verdriet om de dood van zijn vrouw en de dood van zijn belangrijkste zangeres in het hofensemble uit te drukken in de Sestina (een serie van 6 madrigalen). De serie van 5 madrigalen met als thema Silvio horen bij een arcadisch toneelspel van Guarini, een van de meest sensuele dichters uit de 16de eeuw. Enkele losse madrigalen ronden het programma af.

Concert ‘Psallite’ – 18 mei 2014 om 15.00 uur in de Waalse Kerk

Featured

concert_psallite_18_05_2014Op het programma staan werken die in het verband staan van leraar en leerling. Gabrieli was de vermeende leraar van Sweelinck maar waarschijnlijker is dat Sweelinck toch nooit in Italië is geweest. De reden van de idee dat Sweelinck daar in de leer is geweest is dat hij zich heel exact aan de contrapuntregels van Zarlino heeft gehouden. Dat deed Gabrieli ook, al deed die iets meer homofone meerkorigheid in zijn werken. Dat is overigens niet het geval bij de Canzona IX en het motet dat we uitvoeren. Daar is sprake van de pure polifonie zoals Zarlino die in zijn contrapuntboek beschreef. Het is waarschijnlijker dat Sweelinck ook gewoon een exemplaar van dit uitmuntende muziektheoretische boek bezat. Toch kon Sweelinck ook heel goed die twee stijlen mengen zoals te horen is in de dubbelkorige en toch polifone Psalm 150 en de Chromatische Fantasie. Monteverdi bezat het contrapuntboek van Zarlino zeker, dat weten we, maar hij onderscheidde zelf twee stijlen in zijn oeuvre: de oude en de nieuwe stijl, waarbij de nieuwe stijl veel experimenteler was. Daarop werd hij ook stevig aangevallen door collega-musici en juist vanwege die nieuwe stijl is Monteverdi nog steeds zo geliefd. Laudate pueri is dan het meest polifoon, maar de andere twee psalmen en het motet zijn dan vooral homofoon, maar wel met polifone trekjes. Samuel Scheidt en Heinrich Scheidemann waren leerlingen van Sweelinck, die in zijn tijd vooral bekend stond als de Duitse of de Hamburgse organistenmaker. Scheidt en Schütz waren ook nauw bevriend en dat merken we aan gemeenschappelijke stijlkenmerken. Het motet van Scheidt maar ook de Canzon “O Nachbar Roland” zijn weer polifoon in een mengstijl van Sweelinck en Schütz en de twee meerkorige psalmen van Schütz zijn dan weer meer geënt op het werk van Gabrieli en Monteverdi, beide leraren van Schütz. Maar in deze werken van Schütz duikt hier en daar toch ook de oude stijl van Zarlino wel weer op. We kunnen dus wel stellen dat alle componisten van ons programma beide stijlen beheersten en dat ze daarom op de grens staan van de Renaissance naar de Barok.

Jubileumconcert Intermedii 1589, La Pellegrina

12 oktober, 20.00uur
Sacramentskerk te Delft
19 oktober, 20.00uur
Sint Baafskerk te Aardenburg

 

 

affiche_intermedii

In oktober 2013 wordt ter gelegenheid van het 35-jarig jubileum van Messa di Voce de Intermedii 1589, La Pellegrina twee maal uitgevoerd.  We zullen de Intermedii dan met drie koren – Messa di Voce, het Delfts a Cappella Koor en het Glymes Consort –  uitvoeren. Het eerste concert is op 12 oktober in Delft, een week later op 19 oktober in Aardenburg.
La Pellegrina is bruiloftsmuziek voor het huwelijk van Ferdinando de Medici en Christine de Lorraine in Florence in 1589. De Medici was een rijke familie van bankiers. Er werd dan ook flink uitgepakt. De beroemdste componisten werden gevraagd een stuk bij te dragen, de bezetting varieert van solo tot en met 2, 3 en zelfs 7-korig (35 stemmig!). Het stuk duurt zo’n 5 kwartier en zal worden begeleid door een orkest bestaande uit barokviolen, blokfluiten, theorbes, zinken, trombones, viola da gamba’s, clavecimbel en kistorgel.
Karel Smagge, de dirigent van Messa di Voce, heeft de artistieke leiding. De CD die als leidraad wordt gebruikt is: La Pellegrina, uitgevoerd door het Huelgas Ensemble onder leiding van Paul van Nevel, een CD van Vivarte.

 

 

Concert ‘Engelse Madrigalen, uit de 16e en 17e eeuw’, 17 juni 2012, 16.00uur

 


Op zondagmiddag 17 juni 2012 om 16.00 uur geeft Messa di Voce een concert in de Waalse kerk te Delft. In dit concert voeren we een aantal Engelse Madrigalen uit van bekende en minder bekende Engelse componisten uit de 16e en 17e eeuw.

Tijd: 16.00 uur

Locatie: Waalse kerk te Delft

Toegangsprijd: 10,- Euro / 7,50 Euro voor studenten en scholieren, inclusief drankje en programmaboekje

 

TOELICHTING door Karel Smagge

De bloeitijd van de Engelse madrigalen en de muziek voor het virginaal (clavecimbel/spinet) was kort. Het madrigaal is dan ook niet een typisch Engels fenomeen. De oorsprong ervan is te vinden in het 14de eeuwse Italië, maar toen was het niet meer dan een dichtvorm. Pas in de 16de eeuw werden er madrigalen gecomponeerd in Italië. Tegen het einde van de 16de eeuw werd de Italiaanse muziek de grote mode in geheel Europa. Het eerste gedrukte boek met madrigalen kan je niet eens Engels noemen omdat het Italiaanse madrigalen waren met vertaalde Engelse teksten. Deze uitgave met de titel Musica Transalpina (muziek van over de Alpen) stamt uit 1588.

De jaartallen van de door ons vandaag uit te voeren madrigalen staan in het programma en ze lopen niet ver uiteen: al deze componisten hebben elkaar dan ook waarschijnlijk persoonlijk gekend. Het merkwaardige is dat de allereerste Engelse pogingen om madrigalen te componeren wat stroeve producten opleverden, zelfs als ze werden gecomponeerd door verder heel bekwame componisten. De eer om de allereerste goede componist van Engelse madrigalen komt toe aan Thomas Morley, een leerling van William Byrd. De belangrijkste componisten van Engelse madrigalen waren Morley, Wilby, Weelkes en East. De teksten van de madrigalen waren soms heel poëtisch maar vaak ook dubieus door het double entendre van de teksten. Dat maakte het echter wel mogelijk om het als huismuziek met de gehele familie te zingen, ook door de kinderen die zich dan niet bewust waren van de ondeugendheid in de tekst. Madrigalen waren dan ook vooral de huismuziek van de gegoede burgerij en de adel.

In 1649 werd de Engelse koning Charles I onthoofd. Engeland werd slechts door een slecht functionerend parlement geregeerd en dat betekende meteen het einde van de bloeitijd van zowel het madrigaal als de klaviermuziek in Engeland.De muzikale achtergrond van de Engelse Virginalisten ligt eerder in Spanje: Nog in de tijd van Henry VIII was de Spaanse klaviermuziek van zeer hoog niveau met Antonio de Cabézon als absolute grootmeester. De vormen die daar werden ontwikkeld, vooral de variatievorm, hebben de vroegste Engelse clavecimbelwerken sterk beïnvloed. Een interessant werk op ons programma is van de Nederlandse componist Sweelinck die goede contacten onderhield met Engelse componisten. Sweelinck baseerde de variaties op de Pavana Lacrymae van John Dowland, ook een katholiek op de vlucht, die door heel Europa reisde. Het Fitzwilliam Virginal Book, waaruit de meeste klavierwerken op ons programma afkomstig zijn, is handgeschreven, waarschijnlijk door Francis Tregian, die als katholiek edelman gevangen was gezet.

Concert Twee Spaanse Koningen op 29 januari 2012, 15.00uur

Op zondag 29 januari voert Messa di voce het concert uit met als thema ‘Muziek voor twee Spaanse Koningen’.  Het concert wordt gegeven in de Waalse kerk te Delft.

 

Programma:

Misa Si bona suscepimus van de Morales

Gaude et Laetare van de Morales

een aantal wereldlijke stukken van o.a. Vasquez, Antxieta, Encina en Sedano

Toelichting op het programma door Karel Smagge:
De Morales werd rond 1500 geboren in Sevilla. Deze stad kon zich al geruime tijd beroemen op een stevig muzikale traditie. Door de verbinding met de Franco-Vlaamse componisten was er in Spanje overigens ook sprake van kruisbestuiving. De technieken die door o.a. Ockeghem, Josquin, Obrecht en Clemens waren ontwikkeld zijn dus ook royaal in de polyfone muziek van de Morales terug te vinden. De Morales had eigenlijk relatief weinig van de Spaanse stijl van zijn tijd overgenomen. In 1526 werd de Morales benoemd tot maestro in Avila, daarna volgen benoemingen in Plasencia en Napels. In 1535 werd hij als tenor aangenomen in het pauselijke koor van de Sixtijnse Kapel. Daar waren vooral Franco-Vlaamse zangers te vinden, die overigens ook bijna allemaal componeerden. In die tijd schijnt de Morales de mis “Si bona suscepimus” gecomponeerd te hebben. Het thematische materiaal heeft hij uit het motet met dezelfde titel van Philippe Verdelot, een tijdgenoot van hem, gehaald. Verdelot heeft hij mogelijk wel gekend, die werkte ook in die kapel, maar niet op hetzelfde moment, maar wel elders in Italië. Verdelot stond overigens ook bekend als een conservatieve componist. Het motet zal ongetwijfeld tot het repertoire van het pauselijke elitekoor gehoord hebben. De mis is polifoon en in een zeker voor die tijd in een enigszins conservatief abstract idioom geconcipieerd: woorduitbeelding is er eigenlijk niet echt in te vinden, eigenlijk is het een grote monumentale 6-stemmige constructie waar de woorden later als het ware opgeplakt zijn. De toonaard is bijzonder en ook de vele dissonanten die hij laat klinken.
De bezetting is die van de Sixtijnse Kapel, contratenoren, tenoren, baritons en bassen. Als de mis met een jongenskoor zou worden uitgevoerd dan werd hij hoger geïntoneerd en dat doen we dan ook. De Sixtijnse kapel werd juist in die tijd door Michelangelo voorzien van de bekende prachtige fresco’s. Het motet “Gaude et laetare” is een wereldlijk motet bij de inhuldiging van een kardinaal. Merkwaardig is dat zijn werken 30 jaar na zijn dood in 1553 pas zeer gewaardeerd werden in geheel Europa. Daardoor werd hij tot de belangrijkste Spaanse componist uit zijn tijd gerekend. In de tweede helft van het programma zingen we een aantal wereldlijke werken die voor een groot deel uit het Cancionero de Palacio van het begin van de 16de eeuw komen.
Uiteraard worden de werken begeleid door een instrumentaal ensemble, dat speelt op instrumenten zoals die juist in die tijd werden gebruikt. U hoort een schalmei, trombones, een Renaissance traverso, violen da gamba, een orgel en een virginaal.

Concert ‘Wein, Weib und Gesang’, zo 3 april 2011, 15:00 uur

Op zondag 3 april 2011 om 15:00 uur voert Messa di Voce het Concert met de titel ‘ Wein, Weib und Gesang’  uit in de Waalse Kerk te Delft.

 

 

 

WEIN, WEIB UND GESANG
Het programma laat horen hoe de gegoede burgerij en de adel zich bezighield met het zelf musiceren, zowel thuis als in bij openbare gelegenheden. Bij een goede opvoeding hoorde onder anderen het leren zingen en een instrument spelen kon ook geen kwaad. Bedenk daarbij dat dat vaak de enige manier om muziek te horen was. Het moest werkelijk echt gemaakt worden. Daaraan droeg de uitvinding van de muziekdrukkunst (1501) ook bij, omdat daardoor alle muziek niet eerst hoefde te worden uitgeschreven, en dat was een kostbare zaak, drukken was iets goedkoper. De bezongen onderwerpen werden meteen ook wereldser. Tot in de 15de eeuw was het uitschrijven van muziek voornamelijk echt monnikenwerk. Alleen rijke vorsten konden het zich veroorloven ook wereldlijke muziek handmatig in hoeveelheden te laten produceren. In Duitsland was er daardoor een cultuur ontstaan, waarbij wij aansluiten met ons concert. Goede componisten en briljante componisten produceerden ook deze populaire muziek voor deze groeiende groep van redelijk zingende en spelende amateurmusici, die vaak ook in het verband van een Collegium Musicum musiceerden. Vergeet niet dat tot het eind van de 18de eeuw ook professionele componisten voortkwamen uit deze collegia.
Paul Peuerl (1570-ca. 1625) staat nog bekend als de componist van de variatiesuite, d.w.z. een suite waarvan de delen gebaseerd zijn op slechts één thema, zo’n suite voeren wij ook uit, maar daarnaast ook een 5-stemmige ode aan de muziek, waardoor wij kunnen horen dat Peuerl niet slechts leuke homofone dansen kon componeren, maar ook met polyfonie overweg kon. Net als Peuerl was Johann Jeep (1582-1644) toch niet een componist van de allereerste rang, maar Jeep was indertijd zonder meer een alom geschat bekwaam vakman. Hans Leo Hassler (1564-1612) daarentegen was een topcomponist die in Venetië is opgeleid door achtereenvolgens Andrea en daarna diens neef Giovanni Gabrieli. Van hem voren we dan ook 3 meerkorige liederen uit, naast enkele werken met een kleinere bezetting. De belangrijkste daarvan is “Mein Gmüth …); dit lied is herkenbaar de oorsprong van een bekend protestant kerklied, maar je moet wel door de speelse ritme heenhoren. Jakob Regnart (ca. 1540-1599), een heel goede componist, was een Vlaming die in Italië, Oostenrijk en ten laatste aan het Praagse Koninklijke Hof als kapelmeester werkte. Wij zingen van hem twee korte liederen in de stijl van de toendertijd populaire Napolitaanse volksliedjes, waarin expres “fouten” zijn gecomponeerd, parallelle kwinten. Ondanks dat de tekst van het tweede lied vrolijk lijkt te zijn, is de teneur eigenlijk droevig, puur door de manier van componeren. Johann Hermann Schein (1586-1630) was een uiterst begaafd en gerespecteerd componist, één van de verre voorgangers van Johann Sebastian Bach als cantor van de Thomaskirche in Leipzig. Van hem voren we niet alleen een instrumentale suite uit, maar ook luchtiger liederen, waaronder één waar de Lutheraan Schein de gek steekt met het met bier overgoten kloosterleven. Ook van Valentin Haussmann (16de eeuw) spelen we instrumentale dansen en verder zingen we van hem een lied in een volkse stijl. We eindigen met luchtige en grappige liederen en instrumentale werken van deels minder bekende, maar toch zeker niet minder goede componisten zoals Arnold von Bruck (ca. 1490-1554), Daniel Friderici (1584-1638), Melchior Franck (ca. 1580-1639), Erasmus Widmann (1572-1634) en Orlando di Lasso (1532-1594), deze laatste hoorde natuurlijk tot de absolute top.

Concert ‘Scendi dal Paradiso’, 10-10-2010, 15.00uur

Concert “Scendi dal Paradiso”

Madrigalen van Marenzio

Concert Madrigalen van Marenzio

Het Delftse koor voor oude muziek “Messa di Voce” voert op zondagmiddag 10 oktober onder leiding van Karel Smagge het concert “Scendi dal paradiso” uit met madrigalen uit de 16e eeuw van Luca Marenzio, afgewisseld met werken voor clavecimbel uit dezelfde tijd. Het concert vindt plaats in de Waalse Kerk aan het Agathaplein in Delft; aanvangstijd 15.00 uur. Toegang € 7,-; CJP en 65+ € 5,-

De 16e eeuwse componist Luca Marenzio is beroemd geworden door zijn madrigalen, die sterk vooruit wijzen naar de modernere manier van componeren van Monteverdi. Marenzio koos altijd goede en interessante teksten van de bekendste dichters, waardoor hij de expressieve manier van componeren kon uitbouwen tot een individuele uitdrukking van elke zanger. Hij paste uitgebreid madrigalismen toe, het in noten uitbeelden van de tekst, zoals bijvoorbeeld in het madrigaal “Scendi dal paradiso” waar hij het afdalen (scendere) uit het paradijs met een dalende melodische lijn uitbeeldde. De vele herdrukken van zijn werk nog tijdens zijn leven geven aan hoe populair zijn werken waren, niet alleen in Italië, maar in geheel Europa.
De werken voor clavecimbel die tevens uitgevoerd worden passen qua kwaliteit, sfeer en toonsoort goed bij de madrigalen van Marenzio, zoals het werk “Falte d’argens” , dat een klavierversie is van het bekende chanson “Faulte d’argent” van Josquin des Prez.

Kerstconcert 3 januari 2010, Oud-Katholieke Kerk Delft, 20.00 uur

Op zondag 3 januari 2010 om 20.00 uur voert Messa di Voce een Kerstconcert uit in de Oud-Katholieke Kerk te Delft. Het concert zou aanvankelijk worden gegegeven op 20 december j.l. Vanwege de slechte weersomstandigheden die dag zagen wij ons genoodzaakt het concert op het laatste moment af te gelasten. Onze welgemeende  excuses hiervoor.


mdv_aff_3jan_klein

Het programma bestaat uit werken van:

Jan Pieter Sweelinck, Tomkins, Tallis, Gibbons, Tye, Guillielmus Messaus, Guillielmus Munninckx en Cornelis de Leeuw.

TOELICHTING BIJ HET KERSTPROGRAMMA 2009 – MESSA DI VOCE DELFT.

In dit programma maken we een verbinding tussen de Engelse kerstmuziek van rond 1600 en de Nederlandse muziek uit dezelfde tijd. Dat verband leggen we via de zuidelijke Nederlanden, want hoewel de Tachtigjarige Oorlog toen zeker stevig doorwerkte in het politieke en sociale leven, werd het culturele leven er maar matig door gestoord. Zo kon Jan Pieterszn. Sweelinck best rustig naar Antwerpen reizen om daar bij de befaamde clavecimbelmaker Ruckers een clavecimbel op te halen in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam. Van dit instrument is alleen het deksel overgebleven dankzij de fraaie beschildering op de binnenkant. Op die manier kwam hij in contact met de klaviervirtuoos John Bull, die net als Sweelinck katholiek was en als vluchteling uit het Anglicaanse Engeland een positie had verkregen als organist aan de Onze Lieve Vrouwenkerk, de grote kathedraal van Antwerpen. Dat Sweelinck als katholiek in de protestante noordelijke Nederlanden een zelfde functie aan de Oude Kerk te Amsterdam had, was vooral te danken aan de milde politiek ten aanzien van de diverse godsdiensten die aldaar opgeld deed. De functie van Sweelinck was, anders dan die van Bull, overigens geen kerkelijke want Sweelinck was in dienst van de gemeente Amsterdam om buiten de zondagen op het orgel te spelen, want op zondag zweeg het orgel, dat volgens de strenge protestanten een duivels instrument was. Veel Nederlandse gemeentebesturen hebben orgels gered van de beeldenstormers en lieten ze bespelen als de kerken doordeweeks als openbare overdekte ruimte en ook als markt werden gebruikt. Kerstmis was in ieder geval in het gehele noorden van Europa een tijd van feestelijke muzikale activiteiten, Carols werden in Engeland alom gezongen, in Vlaanderen waren kerstliederen, qua vorm enigszins verwant aan de Franse 16de eeuwse chansons, ook zeer populair en in Nederland was dat niet anders. Het woord Carol betekent overigens oorspronkelijk danslied.

Peter Philips (c. 1560-1628) was ook een Engelse katholieke vluchteling. Hij vertoefde eerst in Italië, maar vertrok daarna ook naar Antwerpen en vervolgens naar Brussel, waar hij als klavierspeler aan het Spaanse hof werkte. Zijn 6-stemmige Passamezzo Pavan “Deo Gratias” is gebaseerd op het Italiaanse harmonisch schema van de “Passamezzo antico”, waarop hij een aantal variaties componeerde. Het werk is natuurlijk korter dan een 19de-eeuwse symfonie, maar voor een tijdgenoot van Philips was dit een uitermate groots werk. Een interessante anecdote is dat Philips naar Amsterdam is gereisd om Sweelinck te bezoeken en dat hij op de terugreis werd gearresteerd op verdenking dat hij een complot had beraamd om de Engelse koningin Elisabeth I te vermoorden. Hij werd gevangengezet maar later vrijgelaten omdat hij onschuldig was.

Christopher Tye (1497-1573) is de eminence grise van dit gezelschap, een componist die de overgang van katholicisme naar het protestantisme heeft meegemaakt. Ten onrechte worden de werken van deze componist weinig uitgevoerd. “A Sound Of Angels” is een soort van oer-Carol zoals wij die nu nog kennen, maar eigenlijk is deze mooie Carol niet eens representatief voor de grotere werken van Tye.

Thomas Tallis (c. 1505-1585) is ook al zo’n langlevende grootmeester, die daarbij ook nog William Byrd als leerling en collega heeft gehad. Ook hij was katholiek, maar hij werd aan het hof geduld vanwege zijn kwaliteiten als musicus. “O, Ye Tender Babes” componeerde hij voor clavecimbel of orgel, maar dit werk had bijna zonder twijfel een vocaal voorbeeld. De enigszins sombere en lage zetting zou heel goed kunnen passen bij een lied over de kindermoord door Herodes in Bethlehem. “If Ye Love Me” heeft een algemene tekst en is dus niet specifiek voor de kersttijd bedoeld. “O nata lux” met een Latijnse tekst wel, maar dat wordt eigenlijk niet tot het genre van de Carols gerekend, juist vanwege de gebruikte taal.

Orlando Gibbons (1583-1625) is van een latere generatie. Hij stond bekend als de grootste klaviervirtuoos van Engeland (The fastest fingers in England), maar was daarbij ook virtuoos in het componeren van grootse polyfone werken. “Fancy III” is een groots opgezette 6-stemmige polyfone fantasia met meerdere thema’s, zogenaamde “points” maar met een heel stevige constructie aan elkaar gezet. “The Angel’s Song” is een Carol, die heel lang populair is gebleven. De eenvoudige maar perfecte zetting is daar vooral debet aan. “This Is The Record Of John” werd in de advent- en kersttijd veel uitgevoerd, maar het onderwerp is Johannes de Doper, die in deze “Verse Anthem” verklaard niet de Messias te zijn, maar dat hij die slechts aankondigt. De begeleiding bestaat uit 4 strijkers en orgel. Verse Anthems zijn motetten waarin solist(en) en koor elkaar afwisselen, dit in tegenstelling tot “Full Anthems”, die geen solisten hebben.

Thomas Tomkins (1572-1656) is een van de laatste grote componisten van deze toen oudere stijl van virginalisten en madrigalisten, die ophield te bestaan toen de Engelse koning in het midden van de 17de eeuw werd onthoofd. “O, Sing Unto The Lord” is een zevenstemmig Full Anthem voor 7-stemmig koor met basso continuo. De tekst is van psalm 96.

Cornelis de Leeuw (1613-1665) werkte in Edam en componeerde de driestemmige zetting van “Een kindeken is ons gheboren” waarschijnlijk voor kinderstemmen. Blijkbaar werd het zo populair dat John Bull in Antwerpen wel 3 maal variaties voor klavier over dit lied componeerde. Het lied van de Leeuw werd in 1644 in Amsterdam gepubliceerd.

De befaamde klaviervirtuoos John Bull (c. 1562-1628) maakte variaties voor toetsinstrument op het lied van Cornelis de Leeuw, relatief eenvoudige, althans in vergelijking met sommige van zijn andere werken. Daarnaast componeerde hij in Antwerpen ook het Vlaamse kerstlied “Den lustelycken Mey”. Qua vorm relateert dit lied meer aan het Franse chanson, maar de sfeer heeft wel degelijk ook iets Vlaams en Engels. Mogelijk is er een origineler versie met een wereldlijk tekst als basis gebruikt. De maand mei wordt hier als kerstsymbool van het begin van het christelijke leven opgevoerd.

Cornelis Schuyt (1557-1616) was een Leidenaar en net als zijn vader vóór hem hoofdorganist van zowel de Hooglandse Kapel als de Pieterskerk te Leiden. In zijn jonge jaren maakte hij een studiereis naar Italië, maar desondanks zijn er, anders dan bij Sweelinck, in zijn werken relatief weinig invloeden van de vroegbarokke Italiaanse meesters als Monteverdi of Frescobaldi te vinden. Tijdens zijn leven stond hij in hoog aanzien. Hij gaf drie boeken met madrigalen uit en één boek met zesstemmige instrumentale dansen en 2 fantasieën uit.

Guillaume Messaus (1589-1640) was een leerling van John Bull in diens Antwerpse tijd. Tot 1620 had hij een betrekking als koster en schoolmeester, maar uit die functies werd hij ontslagen wegens niet nader omschreven slecht gedrag. Daarna werd hij zangmeester van de Sint Walburgiskerk te Antwerpen. Ook daar had hij soms problemen. Zo weigerde hij eens een Gregoriaanse Requiemmis uit te voeren, waarop een gastkoor met een gastdirigent aantrad. Messaus ging deze dirigent te lijf tijdens de mis terwijl Messaus’ koor het Gregoriaans met meerstemmig gezang probeerde te overstemmen. Tegenwoordig is hij vooral bekend door zijn Vlaamse kerstliederen, waarvan wij er twee uitvoeren. Deze kerstliederen publiceerde hij in de bundel “Cantiones Natalitiae”.

Van Guillielmus Munninckx’ leven is niet veel bekend, wel dat hij in ieder geval in 1648 leefde en werkte. Het lijkt erop dat zijn kerstlied in een recentere stijl is geschreven en mogelijk een instrumentale dans of chanson als voorbeeld had.

Dirck Janszn. Sweelinck (1591-1652) is de zoon van de befaamde Jan Pieterszn. Sweelinck. Van hem zijn niet zo heel veel werken overgeleverd, maar “Hoe schoon lichtet de morghen ster” laat zien dat de kwaliteiten van de vader bij de zoon zeker niet verloren zijn gegaan.

Jan Pieterszn. Sweelinck (1562-1621) werd ook wel de Duitse organistenmaker genoemd. Hij leidde namelijk heel veel Duitse musici op, waaronder de bekende Samuel Scheidt, Hermann Scheidsman en Johann Adam Reinken. Naast al zijn klavierwerken (voor orgel en/of clavecimbel), waaronder de vandaag uit te voeren variaties componeerde hij ook vooral geestelijke vocale werken, waaronder de 150 psalmen op Franse tekst, die waarschijnlijk vooral bedoeld waren voor uitvoering door het Amsterdamse Collegium Musicus. Constantijn Huygens moet daar als kind een keer hebben meegespeeld op de viola da gamba en huilend zijn weggelopen omdat hij een foute noot had gespeeld. In ieder geval hoort het kerstmotet “Hodie Christus natus est” meer thuis in de katholieke traditie waarmee Sweelinck van huis uit bekend was. Qua stijl leunt het vooral aan tegen de Italiaanse en Engelse madrigaaltraditie.

Programma:

A sound of angels Tye
If ye love me Tallis
O nata Lux Tallis
Angels’s Song Gibbons
This is the record of John Gibbons
A sing unto the Lord a new song Tomkins
Een kindeken is ons gheboren Cornelis de Leeuw
Den lustelijcken mey, Christus plaisant John Bull
Laet ons met herten reyne Messaus
O salich, heylich Bethlehem Messaus
O soeten nacht, seer langh verwacht Munninckx
Hoe schoon lichtet de morghen ster Sweelinck
Hodie Christus natus est Sweelick